Lees de nieuwste blogartikelen
9.2 1835 reviews

LSA zaden

Ololiuqui: het ronde zaad van de Azteken

Nieuw Door Derek Vince Bijgewerkt op 5 min lezen

Ololiuhqui Rivea corymbosa 20 zaden, bruine zaden op een hoop
Op deze pagina
  1. Een naam voor het zaad
  2. Wat de Spanjaarden opschreven
  3. Een botanisch raadsel
  4. Hofmann en de verrassing van 1960
  5. De schimmel op het blad
  6. Ololiuqui, Morning Glory en Woodrose naast elkaar
  7. Risico's
  8. Veelgestelde vragen
  9. Bronnen

In de zestiende eeuw schreven Spaanse geestelijken in Mexico met zichtbare onrust over een klein bruin zaadje. Inheemse genezers en priesters gebruikten het om met de goden te spreken, verloren voorwerpen terug te vinden en de oorzaak van een ziekte te achterhalen. De Azteken noemden het ololiuhqui. Pas vier eeuwen later werd duidelijk welke plant het was en welke stof erin zat.

In het kort

  • Ololiuqui is de Nahuatl-naam voor de zaden van een klimplant: Ipomoea corymbosa, beter bekend als Rivea of Turbina corymbosa.
  • Het woord betekent ongeveer 'rond ding' en slaat op het zaad, niet op de plant.
  • In 1960 vond Albert Hofmann in de zaden LSA (ergine), een stof uit dezelfde familie als LSD.
  • De alkaloïden worden niet door de plant zelf gemaakt, maar door een schimmel die op de bladeren leeft.
  • Het RIVM kon voor verwante LSA-zaden geen veilige hoeveelheid vaststellen. Alleen voor volwassenen, nooit bij zwangerschap.

Een naam voor het zaad

De klimplant zelf heette bij de Azteken coaxihuitl, slangenplant. Ololiuhqui was de naam van de ronde, bruine zaadjes. Dat onderscheid is belangrijk, want het verklaart een deel van de verwarring die later ontstond. De spelling wisselt: ololiuqui is de gangbare vorm, maar volgens de botanicus Richard Evans Schultes is ololiuhqui taalkundig correcter.

Botanisch hoort de plant bij de windefamilie (Convolvulaceae), net als Morning Glory en Hawaiian Baby Woodrose. De geaccepteerde naam is nu Ipomoea corymbosa. In oudere boeken en in de handel zie je vooral Rivea corymbosa en Turbina corymbosa. De plant komt van nature voor van Mexico tot in tropisch Zuid-Amerika en vormt lange ranken met witte, trechtervormige bloemen.

Wat de Spanjaarden opschreven

De arts Francisco Hernández reisde in de jaren 1570 in opdracht van koning Filips II door Nieuw-Spanje om de planten en hun gebruik te beschrijven. Zijn beschrijving van ololiuqui, met een tekening, verscheen pas in 1651 in druk. Hij noteerde dat priesters het zaad gebruikten wanneer ze de goden wilden raadplegen. De franciscaan Bernardino de Sahagún schreef in dezelfde eeuw dat het zaad bedwelming en waanzin veroorzaakte.

De kerk zag het gebruik als afgoderij. Hernando Ruiz de Alarcón voerde ruim twintig jaar campagne tegen gebruikers van ololiuqui en zocht daarbij de steun van de Inquisitie. In 1629 rondde hij een verhandeling af over de 'heidense bijgelovigheden' die hij in de dorpen aantrof. Uitroeien lukte niet: in afgelegen dorpen van Oaxaca bleef het zaad in gebruik, vaak verborgen achter christelijke beelden en gebeden.

Een botanisch raadsel

Lange tijd wist de westerse wetenschap niet welke plant er bedoeld werd. Rond 1900 koppelde de Mexicaanse botanicus Manuel Urbina ololiuqui al aan Rivea corymbosa. In 1920 stelde de Amerikaanse botanicus William Safford echter dat het om een doornappel (Datura) moest gaan, omdat geen enkele windesoort bekend stond als bedwelmend. Die opvatting werd lang overgenomen.

De Oostenrijks-Mexicaanse onderzoeker Blas Pablo Reko trok dat in twijfel, en in 1941 publiceerde Schultes het artikel dat de kwestie beslechtte: ololiuqui was Rivea corymbosa. Begin jaren zestig beschreef R. Gordon Wasson hoe de zaden in vrijwel alle dorpen van Oaxaca nog gebruikt werden. Bij de Zapoteken heet het zaad badoh. De zwarte zaden van Ipomoea tricolor heten daar badoh negro, bij de Azteken tlitliltzin, wat 'zwart' betekent. In Huautla de Jiménez sprak men van la semilla de la Virgen, het zaad van de Maagd.

Hofmann en de verrassing van 1960

Wasson stuurde in 1959 zaden naar Albert Hofmann bij Sandoz in Bazel, de chemicus die in 1938 LSD had gemaakt. Hofmann vond iets wat niemand verwachtte. De zaden bevatten d-lysergzuuramide (LSA of ergine) en d-isolysergzuuramide, plus kleinere hoeveelheden chanoclavine, elymoclavine en lysergol. Samen met Tscherter publiceerde hij dat in 1960 in het tijdschrift Experientia.

Dat was opmerkelijk, want lysergzuuralkaloïden kende men tot dan toe alleen van de moederkorenschimmel op graan. Hofmann controleerde of de zaden misschien met een schimmel besmet waren. Dat leek niet zo, en hij vond de stoffen ook in bladeren, stengels en wortels. Het raadsel bleef bijna een halve eeuw open.

De schimmel op het blad

Het antwoord kwam van Duitse onderzoekers rond Ulrike Steiner. Zij lieten in 2004 zien dat de ergolinealkaloïden uit een verwante windesoort verdwenen na een behandeling met een schimmelbestrijder. Op de bladeren vonden ze een schimmel die nauw samenleeft met de klierhaartjes en via het zaad wordt doorgegeven aan de volgende generatie. In 2011 kreeg het geslacht een naam: Periglandula. De soort op ololiuqui heet Periglandula turbinae.

Hofmann had dus gelijk dat de zaden niet besmet waren in de gewone zin: de schimmel hoort bij de plant, zit aan de buitenkant van het blad en reist mee in het zaad. Volgens de onderzoekers kunnen honderden soorten uit de windefamilie zo'n partner hebben.

Ololiuqui, Morning Glory en Woodrose naast elkaar

OloliuquiMorning GloryHawaiian Baby Woodrose
PlantIpomoea (Rivea) corymbosaIpomoea tricolorArgyreia nervosa
HerkomstMexico tot tropisch Zuid-AmerikaMexico en Midden-AmerikaIndiaas subcontinent
ZaadKlein, rond, bruinZwart, hoekigGroot, harig omhulsel
Traditioneel gebruikAzteken, Zapoteken, MazatekenAzteken (tlitliltzin), Zapoteken (badoh negro)Geen bekend traditioneel gebruik als bedwelmend middel
Opvallende alkaloïdeLysergolErgometrineErgometrine

Welke soorten Dutch-Smart verkoopt, zie je in de categorie LSA zaden. Meer achtergrond over de werkzame stof lees je in LSA zaden: werking en veiligheid.

Risico's

Het RIVM beoordeelde in 2020 de zaden van Hawaiian Baby Woodrose en schreef dat de conclusies waarschijnlijk ook gelden voor Rivea corymbosa en Ipomoea violacea. Het instituut kon geen veilige hoeveelheid vaststellen. Gemelde klachten zijn misselijkheid, braken, een snelle hartslag, hoge bloeddruk, hallucinaties, angst en in enkele gevallen een psychose. Het gehalte aan alkaloïden verschilt bovendien sterk per partij en zelfs per zaadje.

Let op

Gebruik LSA-zaden nooit als je zwanger bent of zwanger wilt worden, of als je hart- en vaatproblemen, hoge bloeddruk, leverproblemen of een psychische kwetsbaarheid hebt. Combineer ze niet met alcohol, cannabis, MAO-remmers of medicijnen die op serotonine of dopamine werken, zoals antidepressiva. Neem niet deel aan het verkeer en zorg voor een nuchtere tripsitter. Alleen voor 18+.

Veelgestelde vragen

Is ololiuqui hetzelfde als Morning Glory?

Nee. Beide horen bij de windefamilie en bevatten LSA, maar ololiuqui is Ipomoea (Rivea) corymbosa en Morning Glory is Ipomoea tricolor. De zaden zien er ook anders uit.

Wie vond LSA in ololiuqui?

Albert Hofmann, samen met Tscherter, in 1960. Hij kreeg de zaden van R. Gordon Wasson.

Waarom heet de plant soms Rivea en soms Turbina?

Botanici hebben de soort in de loop der tijd in verschillende geslachten geplaatst. De geaccepteerde naam is nu Ipomoea corymbosa, maar Rivea corymbosa en Turbina corymbosa worden nog veel gebruikt.

Maakt de plant zelf de alkaloïden?

Nee. Ze worden gemaakt door de schimmel Periglandula turbinae, die op het blad leeft en via het zaad wordt doorgegeven.

Bronnen

  • Kew, Plants of the World Online: Ipomoea corymbosa
  • Wasson (1963), Botanical Museum Leaflets Harvard 20(6): Notes on the present status of ololiuhqui
  • Hofmann (1961), Planta Medica: Die Wirkstoffe der mexikanischen Zauberdroge Ololiuqui
  • Hofmann en Tscherter (1960), Experientia 16: 414
  • Schultes (1941): A contribution to our knowledge of Rivea corymbosa
  • Carod-Artal (2015), Neurología: hallucinogene middelen in pre-Columbiaans Meso-Amerika
  • Steiner e.a. (2011), Mycologia 103(5): Periglandula, een nieuw schimmelgeslacht
  • RIVM (2020), rapport 2019-0210: risicobeoordeling Argyreia nervosa
Derek Vince

Geschreven door

Redacteur en specialist bij Dutch-Smart

Derek schrijft voor Dutch-Smart over smartshopproducten, kweektechnieken en harm reduction. Hij combineert praktijkervaring met feitelijke, onderbouwde informatie, zonder hype of vage beloftes.

Meer over Derek

Tags: LSA zadenOloliuquiRivea corymbosa

De informatie in deze kennisbank is algemeen van aard en geen medisch of juridisch advies. Gebruik je medicijnen, ben je zwanger of twijfel je? Overleg dan eerst met een arts.

Vraag over ololiuqui: het ronde zaad van de azteken?

Wil je meer weten over de producten van Dutch-Smart? We helpen je graag verder!